Dementie is van alle tijden. Hier een kort historisch overzicht hoe dementie in de loop der eeuwen werd beschreven:

  • In 1726 werd dementie voor het eerst opgenomen in het Engelse woordenboek met de betekenis: ‘uitsterven van de verbeelding en het beoordelingsvermogen’.
  • De Fransen en Spanjaarden spraken ter zelfder tijd over ‘waanzinnigheid, extravagantie’.
  • In de 18e eeuw werd dementie als chronisch en onomkeerbaar gezien. Het kon mensen van alle leeftijden treffen en werd beschouwd als een eindstadium van vele andere psychologische problemen.
  • In de 19e eeuw ontwikkelde de beschrijving zich tot ‘cognitieve handicaps’ gerelateerd aan veroudering en onomkeerbaar.
  • Alois Alzheimer1907: Alois Alzheimer (rechts afgebeeld) rapporteert de eerste patient met de ziekte van Alzheimer: een 51-jarige vrouw. Bij autopsie op de patient rapporteerde Alzheimer eiwitophopingen (amyliode plaques) en de aanwezigheid van kluwen vezels (neurofibrillaire kluwen) in de hersenen.
  • In 1910 wordt de ziekte van Alzheimer voor het eerst opgenomen in een medisch handboek.
  • Tegenwoordig beschrijft dementie een grote groep aan ziektes die gemeen hebben dat functioneren van de hersenen steeds meer afneemt, zoals het functioneren van het geheugen, het intellect, rationaliteit, sociale vaardigheden en ‘normale’ emotionele reacties.
  • Voorzichtig wordt in toenemende mate het woord revalidatie met betrekking tot dementie in de mond genomen. Er zijn meer en meer signalen dat met de juiste stimulatie mensen functies kunnen herwinnen of langer behouden.